Klimaattechniek
Waterzijdig inregelen bij 2- en 4-pijps systemen
Hoe u verwarmings- en koelcircuits in balans brengt, welke inregelmethode bij welk systeem past en waar het in de praktijk misgaat. Met rekenvoorbeeld, stappenplan en de wettelijke eisen.
Door COP Bouwbedrijf 14 min leestijd
Een fancoil op de bovenste verdieping die niet koelt, terwijl de units vlak bij de schacht juist te koud worden. Een pomp die op de hoogste stand draait en toch klachten oplevert. In bijna al die gevallen zit het probleem niet in de apparaten, maar in de verdeling van het water. Waterzijdig inregelen zorgt dat elk afgiftepunt precies de volumestroom krijgt waarvoor het is ontworpen. Bij een 4-pijps systeem moet dat twee keer gebeuren: voor het verwarmingscircuit en voor het koelcircuit.
Kort antwoord. Waterzijdig inregelen is het afstellen van de volumestromen in een verwarmings- of koelinstallatie, zodat elk afgiftepunt zijn ontwerpvolumestroom krijgt. Bij een 2-pijps systeem regelt u één circuit in, bij een 4-pijps systeem twee gescheiden circuits. Het koelcircuit vraagt meestal meer water per kW, omdat het temperatuurverschil kleiner is.
Wij leggen als installateur leidingwerk aan voor utiliteitsprojecten en woongebouwen, waaronder het 4-pijps net van een woongebouw met ruim 400 studio’s in Hoofddorp. In dit artikel leest u wat wij in de praktijk zien: waar 2- en 4-pijps systemen verschillen, welke inregelmethode waar past en welke keuzes in het leidingwerk het inregelen achteraf makkelijk of juist lastig maken.
Wat is waterzijdig inregelen?
Water kiest altijd de weg van de minste weerstand. In een installatie zonder inregeling krijgen de afgiftepunten dicht bij de pomp daardoor te veel water, en de punten aan het eind van een strang te weinig. Waterzijdig inregelen, ook wel hydraulisch balanceren genoemd, verdeelt de beschikbare pompdruk zo dat iedere radiator, fancoil of afleverset de berekende hoeveelheid water krijgt. Niet meer en niet minder.
Zonder inregeling wordt het probleem vaak opgelost door de pomp hoger te zetten. Dan krijgen de verre units genoeg, maar stroomt er bij de rest nog meer water doorheen. Het resultaat is een hoger pompverbruik, ruisende afsluiters en een retourtemperatuur die nauwelijks verschilt van de aanvoer. Juist dat laatste is nadelig voor warmtepompen, condenserende ketels en warmtenetten, die het best werken met een groot temperatuurverschil.
De benodigde volumestroom per afgiftepunt volgt uit het vermogen en het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour (de ΔT):
volumestroom (m³/h) = vermogen (kW) × 0,86 ÷ ΔT (K)
In Nederland is ISSO-publicatie 65, over het inregelen van ontwerpvolumestromen in warmwaterinstallaties, de gangbare richtlijn voor dit werk. Fabrikanten van afsluiters baseren hun inregelmethodes er grotendeels op.
Het verschil tussen een 2-pijps en een 4-pijps systeem
Het aantal leidingen bepaalt wat een klimaatsysteem kan, en hoe u het inregelt. Een 2-pijps systeem heeft per afgiftepunt één aanvoer en één retour. Een 4-pijps systeem heeft er twee van elk: een paar voor warm water en een paar voor koud water.
| Kenmerk | 2-pijps systeem | 4-pijps systeem |
|---|---|---|
| Leidingen per afgiftepunt | 2: aanvoer en retour | 4: aanvoer en retour verwarming, aanvoer en retour koeling |
| Verwarmen en koelen | Om en om, via omschakeling (change-over) per seizoen of zone | Tegelijk, per ruimte te kiezen |
| Comfort in het tussenseizoen | Beperkt: de noordgevel wil verwarmen terwijl de zuidgevel wil koelen | Elke ruimte krijgt wat de thermostaat vraagt |
| Ruimte in schachten en plafonds | Relatief weinig nodig | Ongeveer het dubbele aan leidingwerk en isolatie |
| Investering | Lager | Hoger: meer leidingen, afsluiters, isolatie en arbeid |
| Waterzijdig inregelen | Eén circuit, dat in twee bedrijfstoestanden moet kloppen | Twee circuits, elk met eigen ontwerpvolumestromen |
| Typische toepassing | Woningen, eenvoudige kantoren, renovaties met weinig ruimte | Hotels, zorggebouwen, kantoren met veel glas, studio’s en appartementen met koeling |
Het 2-pijps systeem met change-over
Bij een 2-pijps klimaatsysteem stroomt in de winter warm water en in de zomer koud water door dezelfde leidingen. De omschakeling gebeurt centraal, soms per zone. Voor het inregelen is dat lastig: een fancoil heeft voor koeling vaak een andere volumestroom nodig dan voor verwarming. Wie alleen op de verwarmingssituatie inregelt, komt in de zomer water tekort. In de praktijk regelt men daarom meestal in op de koelsituatie en accepteert men in de winter wat overcapaciteit, of men gebruikt regelafsluiters met twee instelwaarden.
Een 2-pijps systeem is goed te combineren met bestaand leidingwerk. Bij een kantoorrenovatie in Amsterdam legden wij over meerdere verdiepingen een nieuw 2-pijps klimaatsysteem aan naast het bestaande leidingwerk, met afsluiters op de aansluitpunten voor de nieuwe units.
Het 4-pijps systeem: verwarmen en koelen tegelijk
Een 4-pijps systeem heeft gescheiden circuits voor warm en koud water, elk met een eigen pomp en eigen afsluiters. Een hotelkamer op het zuiden kan koelen terwijl de kamer ernaast verwarmt. De fancoil heeft dan twee warmtewisselaars (batterijen), of één batterij met een 6-wegafsluiter die afwisselend op het warme en het koude net aansluit. Voor het inregelen betekent dat: twee keer meten, twee keer instellen en controleren of beide circuits elkaar niet beïnvloeden.
Let op: niet iedereen bedoelt hetzelfde met 2-pijps
In collectieve woningbouw betekent ‘2-pijps’ vaak iets anders. Daar gaat het om een systeem waarbij één aanvoer- en retourleiding per woning zowel de verwarming als het warme tapwater voedt, via een afleverset met warmtewisselaar. Een ‘4-pijps’ systeem heeft dan aparte leidingen voor verwarming en voor warm tapwater met circulatie. Controleer bij een bestek altijd welke betekenis bedoeld is. Het verschil heeft grote gevolgen voor de schachtruimte en voor de manier van inregelen.
Waarom een 4-pijps systeem lastiger in te regelen is
Het verschil zit vooral in het koelcircuit. Voor verwarming werkt men bij lage temperatuur vaak met een ΔT van ongeveer 10 K, bijvoorbeeld 45/35 °C. Bij koeling is het verschil kleiner, vaak 5 tot 6 K. Volgens de formule hierboven betekent een half zo grote ΔT een twee keer zo grote volumestroom voor hetzelfde vermogen.
| Circuit | Vermogen per unit | ΔT | Per unit | 400 units |
|---|---|---|---|---|
| Verwarming (45/35 °C) | 2 kW | 10 K | 0,17 m³/h | 69 m³/h |
| Koeling (7/12 °C) | 2 kW | 5 K | 0,34 m³/h | 138 m³/h |
Dat heeft drie gevolgen. De koelleidingen zijn zwaarder uitgevoerd, dus een fout in de verdeling verplaatst meer water. Een kleine afwijking in de ΔT heeft bovendien relatief veel effect: zakt die in het koelcircuit van 5 naar 3 K, dan moet er al 67 procent meer water rondgepompt worden voor hetzelfde vermogen. En koelleidingen moeten dampdicht geïsoleerd zijn, anders ontstaat condens. Afsluiters en meetnippels moeten dus bereikbaar blijven zonder de isolatie open te snijden.
Een te kleine ΔT heet in het vak ook wel het low delta-T syndrome. De koelmachine of warmtepomp krijgt water terug dat nauwelijks is opgewarmd, gaat pendelen en draait minder efficiént. Goed inregelen is in een 4-pijps gebouw dus niet alleen een kwestie van comfort, maar ook van het rendement van de opwekker.
Inregelmethodes voor 2- en 4-pijps installaties vergeleken
Er zijn grofweg vier manieren om een installatie in te regelen. Grotere gebouwen combineren ze vaak: statische afsluiters op de hoofdleidingen om te meten, en dynamische afsluiters bij de afgiftepunten.
| Methode | Werking | Past bij | Voordeel | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|---|
| Voorinstelbare radiator- of thermostaatkranen | Vaste voorinstelling per afgiftepunt | 2-pijps cv in woningen en kleine gebouwen | Goedkoop en eenvoudig | Klopt alleen bij de berekende pompdruk |
| Statische inregelafsluiters met meetnippels | Handmatig ingestelde weerstand per strang of groep, gemeten met een meetcomputer | Strangen en verdelers in 2- en 4-pijps systemen | Meetbaar en vast te leggen in een rapport | Arbeidsintensief; balans geldt bij vollast |
| Drukverschilregelaar per strang | Houdt het drukverschil over een strang constant | Gebouwen met veel strangen of verdiepingen | Strangen beïnvloeden elkaar niet meer | Binnen de strang blijft voorinstelling nodig |
| Drukonafhankelijke regelafsluiter (PICV) | Regelen, begrenzen en drukverschilregeling in één afsluiter per afgiftepunt | Fancoils, afleversets en 4-pijps systemen | Volumestroom blijft gelijk bij deellast, minder meetwerk | Duurder in aanschaf; heeft een minimale drukval nodig |
Bij statisch inregelen stelt u de installatie in voor de situatie waarin alles openstaat. Zodra thermostaatkranen of regelafsluiters dichtlopen, verschuift de drukverdeling en raakt de balans weer verstoord. Dynamische componenten corrigeren dat automatisch. In 4-pijps systemen met veel units, zoals hotels en studentenhuisvesting, kiezen ontwerpers daarom steeds vaker voor een drukonafhankelijke regelafsluiter per fancoil of afleverset.
Dynamisch betekent overigens niet dat meten overbodig is. Een drukonafhankelijke afsluiter werkt pas als er voldoende drukverschil over staat. Een controlemeting op het kritieke afgiftepunt, meestal het verste of hoogste punt, blijft dus nodig.
Stappenplan: waterzijdig inregelen bij oplevering
De volgorde hieronder geldt voor een nieuw systeem of een grondige renovatie. Bij een 4-pijps systeem doorloopt u de stappen per circuit.
- Ontwerpgegevens verzamelen. Volumestromen per afgiftepunt en per strang, de pompkarakteristiek en een schema waarop elke inregelafsluiter staat.
- Spoelen, vullen en ontluchten. Lasresten, vuil en lucht verstoren elke meting en kunnen afsluiters blokkeren.
- Alles openzetten. Thermostaat- en regelafsluiters volledig open, de pomp op de ontwerpstand.
- Strangen en groepen inregelen. Meten via de meetnippels en instellen volgens de gekozen methode, bijvoorbeeld de proportionele of de compensatiemethode.
- Afgiftepunten instellen. Voorinstelling per radiator of fancoil, of de drukonafhankelijke afsluiter op de ontwerpvolumestroom.
- De pomp terugregelen. Verlaag de opvoerhoogte tot het kritieke afgiftepunt nog net zijn volumestroom haalt. Hier zit een groot deel van de energiebesparing.
- Het tweede circuit doen. Bij een 4-pijps systeem herhaalt u stap 2 tot en met 6 voor koeling of verwarming, en controleert u beide circuits terwijl het andere draait.
- Het inregelrapport opstellen. Ontwerp- en meetwaarde per afsluiter, de instelling en de pompstand. Dit rapport hoort in het opleverdossier.
De grootste fout die wij op de bouw zien, is dat inregelen pas wordt ingepland als de plafonds al dicht zijn en de oplevering nadert. Dan zijn afsluiters slecht bereikbaar en ontbreekt de tijd om afwijkingen uit te zoeken. Plan het inregelen daarom als vaste mijlpaal in, direct na het spoelen en vóór de afwerking.
Klachten die wijzen op een slecht ingeregeld systeem
Bij bestaande gebouwen begint inregelen vaak met een klacht. De tabel hieronder helpt om symptomen te koppelen aan een waarschijnlijke oorzaak.
| Symptoom | Waarschijnlijke oorzaak | Aanpak |
|---|---|---|
| Units ver van de pomp worden niet warm of koel genoeg | Units dicht bij de pomp krijgen te veel water | Strangen inregelen, eventueel drukverschilregeling toevoegen |
| Ruisende of fluitende afsluiters | Te hoog drukverschil over de afsluiter | Pomp terugregelen na het inregelen |
| Retourtemperatuur ligt dicht bij de aanvoer | Afgiftepunten krijgen meer water dan nodig | Volumestromen begrenzen per afgiftepunt |
| Warmtepomp of koelmachine slaat vaak aan en af | Te kleine ΔT of open bypasses | Inregelen en bypasses controleren |
| Hoge energiekosten en toch comfortklachten | Pomp hoger gezet als lapmiddel | Eerst inregelen, daarna pompstand verlagen |
| Klachten na vervanging van ketel of warmtepomp | Systeem niet opnieuw ingeregeld voor de nieuwe opwekker | Opnieuw inregelen; in veel gevallen ook verplicht |
Wanneer is waterzijdig inregelen verplicht?
Waterzijdig inregelen is in een aantal situaties wettelijk verplicht. De eisen komen uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD) en zijn opgenomen in de Nederlandse bouwregelgeving, sinds 2024 het Besluit bouwwerken leefomgeving. Volgens het overzicht van RVO moet de installatie hydraulisch in balans worden gebracht in deze gevallen:
- bij vervanging van de centrale opwekker, zoals een verwarmingsketel, warmtepomp, centrale airco of afleverset voor warmtelevering;
- bij vervanging of bijplaatsing van een derde of meer van het totaal aantal radiatoren of afgiftelichamen.
Wordt minder dan een derde van de afgiftelichamen vervangen, dan gelden deze eisen niet. RVO vermeldt daarnaast dat dezelfde regels gelden in complexere gebouwen, ook al wijkt de praktische uitwerking daar af. Voor vastgoedeigenaren betekent dit dat de vervanging van een warmteopwekker in een kantoor of hotel niet klaar is zonder inregeling.
Leidingwerk dat waterzijdig inregelen makkelijk maakt
Hoe goed een systeem in te regelen is, wordt grotendeels bepaald tijdens de aanleg. In Woongebouw Hoofddorp verzorgden wij voor een nieuw wooncomplex met ruim 400 studio’s het TIG-lassen van de stalen stijgleidingen en distributienetten van een 4-pijps verwarmings- en koelsysteem, via de technische schachten tot en met de installatie in de units.
Bij zo’n aantal units telt elk detail mee, omdat het honderden keren terugkomt. Deze punten maken in onze ervaring het verschil voor wie later moet inregelen:
- Afsluiters en meetnippels bereikbaar plaatsen, in de schacht of meterkast en niet boven een dicht plafond.
- Gelast staal extra goed spoelen. Lasresten en walshuid horen niet in afsluiters en warmtewisselaars van afleversets terecht te komen.
- Koelleidingen dampdicht isoleren, met de afsluiters zo geplaatst dat bediening en meten mogelijk blijven zonder de isolatie te beschadigen.
- Strangen en afsluiters labelen volgens het schema, zodat een inregelaar niet hoeft te raden welk circuit hij meet.
- De leidingdiameters van het ontwerp aanhouden. Een kleinere diameter ‘omdat het past’ verandert de drukval en daarmee de hele inregeling.
Checklist voor opdrachtgevers en hoofdaannemers
Of u nu ontwikkelaar, hoofdaannemer of beheerder bent: veel discussies bij de oplevering voorkomt u door het inregelen vooraf goed vast te leggen. Neem deze punten op in het bestek of de opdracht:
- de inregelmethode, en per circuit welke afsluiters worden toegepast;
- de toegestane afwijking van de ontwerpvolumestroom (in de praktijk vaak rond de 10 procent);
- wie inregelt: de installateur zelf of een gespecialiseerd inregelbedrijf;
- meetnippels op elke strang en bereikbaarheid na afwerking;
- een inregelrapport als onderdeel van het opleverdossier;
- bij een 2-pijps change-over systeem: een controle in zowel verwarmings- als koelbedrijf;
- bij een 4-pijps systeem: inregeling en rapport voor beide circuits.
Veelgestelde vragen over waterzijdig inregelen
Moet een 4-pijps systeem twee keer waterzijdig worden ingeregeld?
Ja. Een 4-pijps systeem bestaat uit twee gescheiden circuits: verwarming en koeling. Elk circuit heeft eigen ontwerpvolumestromen, een eigen pomp en eigen afsluiters. Beide moeten apart worden ingeregeld en gecontroleerd, het liefst ook terwijl het andere circuit in bedrijf is.
Wat is het verschil tussen statisch en dynamisch waterzijdig inregelen?
Bij statisch inregelen stelt u met inregelafsluiters een vaste weerstand in die klopt bij vollast. Bij dynamisch inregelen houden drukverschilregelaars of drukonafhankelijke regelafsluiters de volumestroom automatisch op de ingestelde waarde, ook als andere groepen dichtregelen. Dynamisch is duurder in aanschaf, maar blijft beter in balans bij deellast.
Is waterzijdig inregelen verplicht bij vervanging van een ketel of warmtepomp?
In veel gevallen wel. Volgens de EPBD-eisen in de Nederlandse bouwregelgeving moet de installatie hydraulisch in balans worden gebracht bij vervanging van de centrale opwekker, zoals een ketel, warmtepomp of afleverset, en bij vervanging of bijplaatsing van een derde of meer van de afgiftelichamen. RVO geeft hiervan een overzicht per situatie.
Wat kost waterzijdig inregelen van een utiliteitsgebouw?
Dat hangt vooral af van het aantal afgiftepunten, de bereikbaarheid van de afsluiters en de vraag of er al inregelafsluiters met meetnippels aanwezig zijn. Een woning is in een paar uur klaar, een gebouw met honderden fancoils vraagt dagen meetwerk. Een betrouwbare prijs krijgt u pas na inzage in het schema en een opname op locatie.
Kan een 2-pijps systeem worden omgebouwd naar een 4-pijps systeem?
Technisch kan dat, maar het is een flinke ingreep. Er moeten extra leidingen door schachten en plafonds, en de fancoils krijgen een tweede batterij of een 6-wegafsluiter. Meestal gebeurt dit alleen bij een grote renovatie, wanneer plafonds toch open gaan.
Hoe vaak moet een installatie opnieuw waterzijdig worden ingeregeld?
Er geldt geen vaste termijn. Opnieuw inregelen is nodig na wijzigingen: nieuwe units, een verbouwing, een andere pomp of een vervangen opwekker. Ook bij aanhoudende comfortklachten of een te kleine temperatuurval in de retour is een nieuwe meting zinvol.
Wie voert het waterzijdig inregelen van een installatie uit?
Meestal de installateur die het systeem aanlegt, soms een gespecialiseerd inregelbedrijf met eigen meetapparatuur. Belangrijker dan wie het doet, is dat in het bestek staat wie verantwoordelijk is, welke methode en tolerantie gelden en dat er een inregelrapport bij de oplevering hoort.
Waterzijdig inregelen begint bij het leidingwerk
Een 2-pijps systeem is eenvoudiger en goedkoper, een 4-pijps systeem biedt meer comfort maar vraagt twee keer zoveel aandacht bij het inregelen. In beide gevallen geldt dat de basis tijdens de aanleg wordt gelegd: bereikbare afsluiters, schone leidingen en een schema dat klopt met wat er hangt. Wie dat op orde heeft, regelt in dagen in wat anders weken zoeken wordt.
Bent u bezig met een woongebouw, hotel, zorggebouw of kantoor met een 2- of 4-pijps systeem? Bekijk onze diensten in klimaattechniek, onze certificeringen of neem contact op om uw project te bespreken.
Over COP Bouwbedrijf
Installatiebedrijf voor utiliteitsprojecten uit Zoetermeer. Wij verzorgen klimaattechniek, water en sanitair, elektrische installaties en technische ruimtes voor hoofdaannemers en ontwikkelaars. Onze vakmensen werken volgens NEN 1006, NEN 1010 en NEN 3140 en met VCA VOL.